{"id":8302,"date":"2025-12-14T18:12:00","date_gmt":"2025-12-14T18:12:00","guid":{"rendered":"https:\/\/henkhorck.eu\/?p=8302"},"modified":"2025-12-14T18:12:14","modified_gmt":"2025-12-14T18:12:14","slug":"de-verborgen-schat-van-ravenhorst","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.henkhorck.nl\/?p=8302","title":{"rendered":"De verborgen schat van Ravenhorst"},"content":{"rendered":"<h4>Op de plek waar bij Winterswijk de Ravenhorster- en de Jachthuisbeek bij elkaar komen, ligt een boerderij die het Ravenhuis heet.<br \/>\nOm er te komen moet men de smalle zandweg volgen, dicht langs de beek, die nu gekanaliseerd is.<br \/>\nVroeger lag hier bij het Ravenhuis een stuw in de beek, waardoor een molenrad werd aangedreven.<br \/>\nThans is de stuw verdwenen en kabbelt het water rustig verder en ruisen alleen nog de hoge eiken om het hoge huis.<br \/>\nAan het vroegere kasteel herinnert enkel nog een schuur, een zogenaamde korenspieker.<br \/>\nHet is een gebouwtje in vakwerkstijl en de zolder van zwaar eikenhout waarop eertijds de oogst geborgen werd,<br \/>\nis nog lang niet versleten. In de weiden rondom het huis zit nog veel puin.<br \/>\nPuin waarmee de dubbele gracht rondom het kasteel gedempt is. Van het eigenlijke kasteel is niets meer overgebleven.<br \/>\nEnkel een paar verhalen en aantekeningen in oude archieven.<\/h4>\n<p>Het moet gebeurd zijn in de duistere middeleeuwen. Op het Ravenhuis, toen de Ravenhorst geheten,<br \/>\ngebeurden dingen die niet in de haak waren. Argeloze voorbijgangers, vooral reizende kooplieden, werden overvallen en geplunderd.<br \/>\nOp het kasteel immers woonden drie broers, drie roofridders, voor wie geen mens veilig was.<br \/>\nDe broers moesten onderhand schatrijk zijn, fluisterde men, want al jarenlang hadden zij hun oneerbaar beroep uitgeoefend.<br \/>\nEn veel mensen hadden het leven moeten laten in de donkere gewelven van het kasteel.<\/p>\n<p>Ook de keizer waren de kwade geruchten ter ore gekomen. En toen het krijgsrumoer in zijn land even verstild was,<br \/>\nrustte hij een strafexpeditie uit om de roofridders gevangen te nemen.<br \/>\nEen legertje sloeg het beleg voor het kasteel en na korte tegenstand werd het ingenomen.<\/p>\n<p>Maar de drie broers waren spoorloos verdwenen en niemand die kon zeggen hoe ze waren ontsnapt.<br \/>\nEn wat nog erger was: van alle schatten die in het kasteel opgeslagen moesten zijn, was niets te vinden.<br \/>\nHet was onmogelijk dat de drie roofridders alles hadden kunnen meenemen. Nog lang werd naar de schat gezocht.<br \/>\nHet hele kasteel werd aan een grondig onderzoek onderworpen, maar het enige wat men vond,<br \/>\nwas een geheime gang die uit een van de kelders diep het bos in voerde. Nu wist men tenminste hoe de rovers ontkomen waren.<br \/>\nMaar de schat van de Ravenhorst was nergens te vinden.<\/p>\n<p>De aanvoerder van het legertje, een trouwe vazal van de keizer, kreeg het kasteel in leen.<br \/>\nMet zijn vrouw, twee zoons en een paar dochters nam hij zijn intrek in het roofslot.<br \/>\nMaar lang werkeloos in het vuur zitten staren, was hem niet vergund. Dat wenste hij ook niet.<br \/>\nMet zijn oudste zoon was hij meer thuis op de vele slagvelden van de keizer.<br \/>\nEchte ridders waren het. De jongste zoon, heer Herman, was anders.<br \/>\nHij was huiselijk van aard en de krijgsroem lokte hem minder. Hij had een hekel aan geweld.<br \/>\nWanneer zijn vader en broer op reis waren, beheerde hij het kasteel. Hij trachtte de omliggende landerijen,<br \/>\ndie erg verwaarloosd waren, uit hun verval op te heffen.<\/p>\n<p>Op een dag kwam een boodschapper melden dat zijn vader en broer gesneuveld waren, gevallen in dezelfde slag.<br \/>\nHeer Herman bleef achter met zijn moeder en zusters. Er brak een moeilijke tijd voor hen aan.<br \/>\nHun leenheer, die door zijn vele oorlogen in moeilijkheden was gekomen, eiste hoe langer hoe meer schatting.<br \/>\nEr bleef nauwelijks voldoende over voor de bewoners om van te kunnen leven en het machtige kasteel kwam steeds meer in verval.<br \/>\nGeld om de nodige herstelwerkzaamheden uit te voeren, was er niet. Vaak had de heer over de verborgen schat horen praten,<br \/>\nmaar ook hij had niets kunnen vinden. En zo leefden ze in behoeftige omstandigheden verder.<\/p>\n<p>Op een avond, diep in de herfst, terwijl de wind om het hoge kasteel gierde en het water uit de gracht hoog tegen de muur opjoeg,<br \/>\nwerd er aan de poort van het kasteel geklopt. Gastvrij als de bewoners waren, lieten ze de vreemdeling,<br \/>\ndie voor de deur stond, binnen en nodigden hem uit op het kasteel de nacht door te brengen. Het was een pelgrim,<br \/>\nnaar zijn kledij te oordelen, en zijn komst gaf meteen de nodige afleiding aan het eentonige leven op het slot.<br \/>\nWellicht kon de man vertellen over zijn reis naar het Heilige Land.<br \/>\nZe deelden het maal met hem en de pelgrim verhaalde zijn avonturen.<br \/>\nAl pratende kwam ook heer Herman met zijn zorgen voor de dag. Ze zouden op deze wijze niet lang door kunnen gaan,<br \/>\nzonder helemaal tot armoede te vervallen. Het leek hem beter het kasteel helemaal horig te maken,<br \/>\nzodat ze verlost zouden zijn van alle geldzorgen.<br \/>\nDe pelgrim op zijn beurt luisterde vol belangstelling en het was al laat toen ze naar bed gingen.<\/p>\n<p>De volgende morgen wilde de pelgrim weer verder trekken, maar voordat hij ging, riep hij heer bij zich.<br \/>\n&#8220;U zult mij wellicht niet kennen en ik kende u niet. Maar deze plaats, dit slot, ken ik maar al te goed.<br \/>\nIk heb hier te lange jaren gewoond om niet elke steen van het kasteel te kennen.&#8221;<br \/>\nHeer Herman schrok van de woorden van de pelgrim. Hij begon te vermoeden wie hier voor hem stond in dit kleed.<br \/>\n&#8220;Het zou toch niet.&#8221;<\/p>\n<p>&#8220;Ja,&#8221; zei de pelgrim en hij glimlachte, &#8220;ik ben een van de roofridders die hier op het kasteel gewoond hebben.<br \/>\nToen we moesten vluchten, hebben we eerst met ons drie\u00ebn rondgezworven en ons leven op dezelfde wijze voortgezet.<br \/>\nRovend en moordend. Tot het berouw kwam over onze slechte daden. Om van onze zonden verlost te worden,<br \/>\nzijn we naar het Heilige Land gegaan, maar op de terugweg zijn mijn twee jongere broers gestorven.<br \/>\nMij, de oudste, liet God in leven om een hard werkend en eerlijk mens de schat te tonen,<br \/>\ndie hier in het kasteel nog steeds verborgen ligt. U hebt het zonder uw schuld moeilijk gekregen.<br \/>\nOm een klein beetje van mijn oude schuld af te lossen, zal ik u wijzen waar de schat van de Ravenhorst verborgen ligt.&#8221;<\/p>\n<p>Heer Herman wist niet wat hij hoorde. Maar hij volgde de pelgrim naar een van de diepe kelders van de Ravenhorst.<br \/>\nHier drukte de pelgrim in een van de hoeken op de muur.<br \/>\nEr sprong een deur open en in het gat van de muur glinsterde het van goud en zilver. &#8220;Dat is onze roversbuit,&#8221; zei de pelgrim.<br \/>\n&#8220;Ik schenk hem u, want ik weet dat het geld een goede bestemming zal krijgen.<br \/>\nOns bloedgeld kan in uw handen tot een zegen worden voor de gehele streek.&#8221;<\/p>\n<p>Na die woorden ging de pelgrim weg. Blijven wilde hij niet.<br \/>\nHet was zijn lot om verder te zwerven en te trachten rust te vinden voor zijn gemoed.<br \/>\nHeer Herman heeft de schat goed gebruikt.<br \/>\nDe welvaart keerde terug op het kasteel en tot ver in de omtrek roemde men de weldadigheid van de bewoners van de Ravenhorst.<br \/>\nEn nu, zoveel eeuwen nadien, weten de mensen nog dit verhaal te vertellen.<br \/>\nMaar een schat vinden ze er niet meer. Of het moeten een paar oude kannetjes zijn,<br \/>\ndie misschien vroeger nog aan een heer hebben toebehoord.<\/p>\n<h4>Bron: &#8220;Volksverhalen uit Gelderland&#8221;<\/h4>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Op de plek waar bij Winterswijk de Ravenhorster- en de Jachthuisbeek bij elkaar komen, ligt een boerderij die het Ravenhuis heet. Om er te komen moet men de smalle zandweg volgen, dicht langs de beek, die nu gekanaliseerd is. Vroeger lag hier bij het Ravenhuis een stuw in de beek, waardoor een molenrad werd aangedreven. [&#8230;]\n","protected":false},"author":2,"featured_media":8358,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"_monsterinsights_skip_tracking":false,"_monsterinsights_sitenote_active":false,"_monsterinsights_sitenote_note":"","_monsterinsights_sitenote_category":0,"footnotes":""},"categories":[72],"tags":[],"class_list":["post-8302","post","type-post","status-publish","format-standard","has-post-thumbnail","hentry","category-sagen-legenden"],"aioseo_notices":[],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.henkhorck.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/8302","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.henkhorck.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.henkhorck.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.henkhorck.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/users\/2"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.henkhorck.nl\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcomments&post=8302"}],"version-history":[{"count":1,"href":"https:\/\/www.henkhorck.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/8302\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":8303,"href":"https:\/\/www.henkhorck.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/8302\/revisions\/8303"}],"wp:featuredmedia":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.henkhorck.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/media\/8358"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.henkhorck.nl\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fmedia&parent=8302"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.henkhorck.nl\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcategories&post=8302"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.henkhorck.nl\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Ftags&post=8302"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}